EU-sancties en schadeclaims: kan een Russische partij schadevergoeding eisen bij niet-levering?

29-05-'26

Een Russische of gesanctioneerde partij kan proberen schadevergoeding, nakoming of terugbetaling te vorderen als een Europese onderneming niet levert vanwege EU-sancties. Artikel 11 van Verordening 833/2014 kan in zo’n situatie bescherming bieden. Deze no-claims bepaling is bedoeld om te voorkomen dat een partij via de rechter alsnog voordeel haalt uit een contract dat door sancties niet meer kan worden uitgevoerd. 

Waarom ontstaan claims bij sancties? 

Sancties grijpen vaak in op bestaande contracten. Een Europese onderneming kan op het moment van contractsluiting nog gewoon mogen leveren, maar later door een nieuw sanctiepakket worden geconfronteerd met een verbod. Als de wederpartij daardoor geen goederen of diensten ontvangt, kan zij stellen dat sprake is van wanprestatie en schadevergoeding eisen. Dat brengt ondernemingen vaak in een moeilijke positie. Als zij leveren, overtreden zij mogelijk sancties, maar als zij niet leveren, lopen zij het risico op een civiele claim. Juist voor die spanning is de no-claims bepaling bedoeld. 

Welke soort claims beschermt artikel 11? 

Artikel 11 bepaalt kort gezegd dat bepaalde vorderingen die verband houden met door sancties geraakte contracten of transacties niet worden toegewezen als zij worden ingesteld door Russische partijen, gesanctioneerde partijen of partijen die voor hun rekening of ten behoeve van hen handelen. 

Het gaat niet alleen om klassieke schadeclaims, Elke soort vordering die betrekking heeft op een contract of transactie waaraan als gevolg van de sancties geen uitvoering kan worden gegeven, valt in beginsel onder het bereik van de no-claims bepaling. De bepaling noemt onder meer vorderingen tot schadeloosstelling, schuldvergelijking en garantievorderingen. De opsomming is niet limitatief. Ook andere civielrechtelijke remedies kunnen dus onder het bereik vallen als zij verband houden met een contract dat door sancties niet meer kan worden uitgevoerd.  

Ook het begrip “contracten of andere transacties” moet ruim worden opgevat. Het begrip omvat leveringsovereenkomsten, financieringsovereenkomsten, liquidatie van financiële instrumenten en publieke aanbestedingsprocedures, leveringsovereenkomsten en bancaire zekerheidsrechten publieke aanbestedingscontracten en andere commerciële contracten. 

In een recente conclusie van de Advocaat-Generaal van het Europese Hof van Justitie in de zaak Reibel werd geconcludeerd dat een Russische partij geen terugbetaling kan afdwingen van een vooruitbetaling voor goederen die door EU-sancties niet geleverd mochten worden. Het Hof van Justitie moet daarover nog definitief oordelen en kan ook van de conclusie van de AG afwijken, maar voor de procespraktijk is de conclusie nu al relevant. 

Wat als de claim in arbitrage wordt ingesteld? 

Een arbitrageclausule sluit de werking van EU-sancties niet uit. Een Russische partij kan proberen een claim bij een arbitraal tribunaal in te stellen, maar dat betekent niet dat een toegewezen bedrag zonder meer kan worden betaald of ten uitvoer gelegd. 

Volgens de A-G in Reibel moet een arbitraal vonnis kunnen worden getoetst aan de openbare orde van de Unie. Als een arbitraal vonnis betaling toewijst in strijd met de no-claims bepaling, kan dat gevolgen hebben voor erkenning, tenuitvoerlegging en vrijwillige betaling. 

Geldt artikel 11 alleen tegen Russische partijen? 

Niet altijd. De bepaling ziet ook op partijen die handelen voor rekening of ten behoeve van Russische of gesanctioneerde partijen. Dat kan bijvoorbeeld spelen bij een distributeur buiten Rusland die goederen of diensten doorlevert aan Russische eindgebruikers. 

De Nederlandse rechtspraak heeft dit begrip ruim uitgelegd. Als aannemelijk is dat de baten van een claim uiteindelijk ten goede komen aan Russische partijen, kan artikel 11 relevant zijn. Daar staat tegenover dat buitenlandse rechtspraak, zoals van het Hof van Beroep in Parijs, kritischer is bij louter hypothetische of speculatieve doorstromingsrisico’s. Voor ondernemingen betekent dit dat de feiten rond geldstromen, eindgebruikers en groepsrelaties doorslaggevend kunnen zijn. 

Verder is ook van belang dat een parallelle no-claims bepaling is opgenomen in andere EU-sanctie-verordeningen zoals die tegen Belarus, Syrië, Iran, Libië, Myanmar en Sudan. Onze aanbevelingen kunnen daarom ook van belang zijn in verband met gesanctioneerde partijen die onder die verordeningen vallen. 

Praktische aanbevelingen 

Een claim van een Russische of gesanctioneerde partij hoeft niet automatisch te worden geaccepteerd als een onderneming niet levert vanwege EU-sancties. Artikel 11 kan bescherming bieden tegen vorderingen tot nakoming, schadevergoeding, garanties of andere civielrechtelijke remedies die verband houden met de sanctie gerelateerde niet-nakoming. 

Voor ondernemingen is vooral van belang dat zij hun positie goed voorbereiden. Leg vast waarom levering niet was toegestaan, welke sanctieregels relevant waren, wie de wederpartij en eindgebruiker waren, en waarom een eventuele claim onder artikel 11 valt. Bij procedures of arbitrage kan die documentatie beslissend zijn voor het succes van het verweer.  

Heb je vragen over een mogelijke schadeclaim in verband met niet-levering van goederen of andere vragen met betrekking tot sancties, neem dan gerust contact met ons op.   

Lees ook: EU-sancties op Rusland en vooruitbetalingen: hoe zit het met terugbetalen als levering niet meer mag?