EU-sancties op Rusland en vooruitbetalingen: hoe zit het met terugbetalen als levering niet meer mag?

29-06-'26

Heeft uw onderneming een vooruitbetaling ontvangen, maar mag u door EU-sancties niet meer leveren? Dan is terugbetaling niet automatisch veilig. Een recente conclusie van de Advocaat-Generaal van het Hof van Justitie in de zaak Reibel maakt duidelijk dat een Russische wederpartij een vooruitbetaling mogelijk niet kan terugvorderen als de levering door EU-sancties is verhinderd. De volledige uitspraak van het Hof moet nog volgen met daarin een mogelijke afwijking van de conclusie van de AG, maar voor ondernemers betekent dit in ieder geval dat terugbetaling van de vooruitbetaling mogelijk sanctierechtelijke gevolgen zal hebben. Enige voorzichtigheid. 

Het probleem van terugbetaling 

Stel een Europese onderneming heeft goederen verkocht aan een Russische partij, of aan een distributeur die uiteindelijk aan Russische afnemers levert en de klant heeft al vooruitbetaald. Daarna treedt een nieuw sanctiepakket in werking, waardoor levering aan Russische partij niet meer is toegestaan. De onderneming zit dan klem, zij heeft wel de vooruitbetaling ontvangen maar mag vervolgens de goederen niet leveren. Moet de ondernemer dit bedrag dan terugbetalen? 

De no-claims bepaling 

Na aanleiding van de Russische inval in Oekraïne in 2022 werd er door de EU meerdere sanctiepakketten tegen Rusland opgelegd. Om partijen die de sancties moeten naleven te beschermen tegen vorderingen van de wederpartij in verband met niet-nakoming worden ingesteld, bevat EU Verordening 833/2014 een zogenaamde no-claims bepaling. In de praktijk is echter discussie ontstaan of een vordering tot terugbetaling van een vooruitbetaling onder deze no-claims bepaling valt en dus terugbetaling onmogelijk maakt.  

Verschillende toezichthouders nemen een voorzichtige, ruime lijn. De Maltese en Duitse toezichthouders hebben zich op het standpunt gesteld dat terugbetaling van een vooruitbetaling onder omstandigheden in strijd kan zijn met artikel 11. De Nederlandse toezichthouder lijkt deze benadering ook te onderschrijven.  

Hoe kijkt recente rechtspraak naar terugbetaling van een vooruitbetaling? 

In de rechtspraak is het beeld minder eenduidig. De Rechtbank Amsterdam heeft in recente zaken geoordeeld dat terugbetalingsvorderingen onder het bereik van artikel 11 kunnen vallen. In een recente opinie van In een recente opinie van het Europese Hof van Justitie oordeelde de Adovcaat-Generaal in de zaak Ciekuri-Shishki dat het moet voorkomen dat een gesanctioneerde partij via de rechter een recht afdwingt waarvan de uitoefening in strijd zou komen met de sancties, maar dat de iet uitgaat van toepassing van artikel 11 buiten de context van een gerechtelijke procedure. In een andere recente opinie in de zaak Reibel oordeelde de Adovcaat-Generaal dat dat een vordering tot terugbetaling van die vooruitbetaling onder de no-claims bepaling valt.  

Als het Hof van Justitie uiteindelijk die lijn van de AG volgt, wat niet altijd het geval is, zou dat betekenen dat het in rechte staat dat een Russische partij terugbetaling van een vooruitbetaling niet kan afdwingen. Hiermee zou het Hof de standpunten van de Europese toezichthouders volgen.  

Praktische conclusies 

Op dit moment is ons advies aan ondernemers om zeer terughoudend te zijn met terugbetaling van een vooruitbetaling aan gesanctioneerde Russische partijen. Totdat een volledige uitspraak van het Hof van Justitie is geweest is het nog niet met zekerheid te zeggen of een dergelijke terugbetaling van een vooruitbetaling een schending van de no-claims bepaling oplevert, maar het heeft er op dit moment wel alle schijn van.  

Wij zullen jullie op de hoogte houden van verdere ontwikkelingen.  

Lees ook: EU-sancties en schadeclaims: kan een Russische partij schadevergoeding eisen bij niet-levering?