Enquêteverzoek bij de Ondernemingskamer: wat als uw aandelenbelang verwatert tijdens de procedure?
Wie een enquêteprocedure start bij de Ondernemingskamer (OK) moet niet alleen bij indiening aan de wettelijke kapitaalseis voldoen dat belang moet ook nog bestaan op het moment van de mondelinge behandeling, dit werd in een recente uitspraak van de OK bevestigd. Wordt uw aandelenbelang tussentijds verwaterd, dan riskeert u niet-ontvankelijkheid voordat de rechter aan de inhoud toekomt. Artikel 2:346 lid 1 sub b BW stelt als eis dat de verzoekende aandeelhouder alleen of samen met anderen, ten minste 10% van het geplaatste kapitaal houdt, of aandelen met een gezamenlijke nominale waarde van ten minste € 225.000. Dit is de kapitaalseis.
Wat speelde er in deze zaak?
Logfret is een internationaal bedrijf dat logistieke werkzaamheden verricht via weg, zee en lucht. De aandelen waren verdeeld tussen Kirsha (27,44%) en Logistique (72,56%). De bestuurder van Kirsha was tevens bestuurder van Logfret. Na een onderzoek van de Belastingdienst bleek dat een Portugese omzetbelastingaangifte niet op de juiste wijze was verwerkt, en dat Kirsha dit niet aan Logistique had gemeld. Kirsha werd hierop als bestuurder ontslagen. Jaren later richtte Logfret een nieuwe vennootschap op: Logfret Benelux, met als enig aandeelhouder een Zwitserse vennootschap. Tussen 2023 en 2024 daalde de omzet van Logfret fors.
In november 2025 besloot de aandeelhoudersvergadering tot uitgifte van 23.000 nieuwe aandelen aan Logistique. In april 2026 werden die aandelen ook daadwerkelijk uitgegeven.
Kirsha startte in december 2025 een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer. Haar klacht: de winst was in drie jaar vrijwel volledig verdampt, de activiteiten leken te zijn overgeheveld naar Logfret Benelux, gevestigd op hetzelfde adres, en Kirsha was niet op de hoogte gehouden van de aanzienlijke terugval.
Twee toetsmomenten
Dit is de kern van de uitspraak: de kapitaalseis geldt op twee momenten, bij indiening én bij de mondelinge behandeling. Een belang dat tussentijds verwatert, kan de hele procedure de das omdoen, ook als het inhoudelijke bezwaar gegrond is. Er geldt één uitzondering. Wie door een aandelenuitgifte onder de drempel zakt, kan toch ontvankelijk blijven als het verzoek (mede) betrekking heeft op een onderzoek naar díe uitgifte en de verzoeker stelt dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid bij die uitgifte, zo oordeelde de Hoge Raad eerder in Slotervaartziekenhuis.
In de Logfret-zaak ging dit niet op: Kirsha had haar bezwaren gericht op de omzetdaling en de overheveling naar Logfret Benelux, maar had niet onderbouwd waarom de aandelenuitgifte zelf wanbeleid opleverde. Daarmee miste zij de uitzondering.
Praktische conclusies
Voor aandeelhouders in een aandeelhoudersgeschil geldt: de toegang tot de Ondernemingskamer is niet vanzelfsprekend. Wie aan het begin van de procedure aan de kapitaalseis voldoet, is er nog niet. De Ondernemingskamer toetst opnieuw op het moment van de mondelinge behandeling. Verwatert uw belang tussentijds, door een uitgifte, een kapitaalverhoging of een overdracht van aandelen, dan riskeert u niet-ontvankelijkheid, ook als uw klacht inhoudelijk gegrond is.
De les is dan ook: begin tijdig, monitor uw aandelenbelang actief gedurende de procedure, en kijk naar uw opties, zoals bijvoorbeeld een verzoek om een onmiddellijke voorziening, als u signalen ziet dat uw belang bewust wordt uitgehold.