Mededelingsplicht bij bedrijfsovername: zwijgen is geen optie
Een verkoper van aandelen moet een koper actief informeren over materiële risico’s die de kern van de bedrijfsvoering raken, ook als de koper deze risico’s zelf had kunnen ontdekken.
Wie zich bewust is van een probleem en dit verzwijgt, kan zich bij schending van garanties niet verschuilen achter de onderzoeksplicht van de koper. Dat blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2026:4722).
Wat speelde er in deze zaak?
Een investeerder verstrekte in 2021 en 2022 geldleningen aan een bedrijf dat e-bikes verkocht, verhuurde en leasete. Die leningen werden later omgezet in een meerderheidsbelang van 51% van de aandelen. Bij het sluiten van de investeringsovereenkomst gaven de twee verkopende aandeelhouders, zijnde persoonlijke holdings, garanties af.
Al vanaf mei 2022 wisten het bedrijf en de verkopende aandeelhouders echter dat de voorvorken van de e-bikes herhaaldelijk braken, met een reëel risico op ernstig lichamelijk letsel. Ook kort voor het sluiten van de investeringsovereenkomst werd dit probleem intern nog als urgent aangemerkt. Dit is nooit met de investeerder gedeeld. Na de overname bleven de incidenten zich voordoen, wat uiteindelijk leidde tot aansprakelijkstellingen, een waarschuwingsbrief aan klanten, contractopzeggingen, een liquiditeitscrisis en het faillissement van de onderneming.
De investeerder stelde de verkopers aansprakelijk wegens schending van de garanties, en sprak daarnaast de bestuurder van een van de verkopende vennootschappen ook persoonlijk aan.
Kan een verkoper zich verschuilen achter de onderzoeksplicht van de koper?
Nee. De rechtbank oordeelt dat de garanties zijn geschonden. De problemen met de voorvorken waren structureel en veiligheidsgerelateerd, en dit is simpelweg niet gemeld, terwijl dit redelijkerwijs invloed had gehad op de beslissing van de investeerder om de investeringsovereenkomst te sluiten.
Het verweer dat de garanties niet specifiek genoeg zouden zijn geformuleerd om een mededelingsplicht over technische of operationele problemen aan te nemen, wordt verworpen. Omdat het ging om zaken die direct raken aan de kern van de bedrijfsvoering, moest dit proactief worden gedeeld. Dat de koper zelf onderzoek had kunnen doen, ontslaat de verkoper dus niet van zijn mededelingsplicht als de verkoper zich al bewust was van het risico.
Verandert eigen handelen van de koper iets aan de aansprakelijkheid?
De verkopers vonden dat de investeerder, in zijn rol als bestuurder van de onderneming na de overname, zelf schade had veroorzaakt door klanten aan te schrijven en te snel het faillissement aan te vragen. De rechtbank gaat hier niet in mee. Er was onvoldoende toegelicht dat een reëel alternatief bestond om het faillissement te voorkomen. Het gegeven dat ook andere factoren aan het faillissement hebben bijgedragen, doet niets af aan het causale verband tussen de schending van de garanties en de schade.
Sterker nog: de reeks gebeurtenissen die tot het faillissement leidde – het verzwegen probleem, de aansprakelijkstellingen, de waarschuwingsbrief, de contractopzeggingen en de cashflowcrisis – vormt volgens de rechtbank één doorlopende keten die is aangejaagd door de oorspronkelijke schending van de mededelingsplicht. Dat de investeerder op een gegeven moment zelf handelde, verandert daar niets aan wanneer dat handelen een redelijke en vrijwel onvermijdelijke reactie was op de situatie die de andere partij zelf had gecreëerd.
De rechtbank berekent de schade door de werkelijke situatie te vergelijken met de hypothetische situatie zonder de investeringsovereenkomst.
Wanneer is de bestuurder van de verkopende vennootschap persoonlijk aansprakelijk?
Naast de verkopende aandeelhoudersvennootschappen die de garanties hadden afgegeven, werd ook een bestuurder van een van de aandeelhoudersvennootschappen persoonlijk aangesproken. De rechtbank past hier de vaste maatstaf toe: een bestuurder is naast de vennootschap aansprakelijk als hij wist, of redelijkerwijs behoorde te begrijpen, dat de vennootschap de aangegane verplichting niet zou kunnen nakomen én dat de vennootschap daarvoor geen verhaal zou bieden.
Voor de ene bestuurder wordt deze aansprakelijkheid afgewezen, simpelweg omdat nog niet vaststond dat de vennootschap geen verhaal zou bieden. Voor de andere bestuurder ligt dat anders: zijn vennootschap had geen activa of te verwachten inkomsten. Deze bestuurder had kennis van de problemen met de voorvorken en had moeten begrijpen dat dit een aanzienlijke impact op de bedrijfsvoering kon hebben. Hij wordt daarom als bestuurder van zijn persoonlijke holding hoofdelijk aansprakelijk gehouden.
Dit laat goed zien dat de vraag of er verhaal op de vennootschap zelf mogelijk is, een zelfstandig onderdeel van de toets vormt. Zolang dat niet vaststaat, is een vordering wegens bestuurdersaansprakelijkheid prematuur.
Wat betekent dit voor de overnamepraktijk?
Een verkoper die zich bewust is van een materieel risico kan zich er niet achter verschuilen dat de koper dit ook zelf had kunnen ontdekken, zeker niet wanneer het gaat om informatie die direct raakt aan de kern van de bedrijfsvoering.
Voor de praktijk betekent dit dat verkopers bij een aandelentransactie proactief moeten melden wat zij weten over risico’s die de bedrijfsvoering kunnen raken; ook de bestuurders van verkopende vennootschappen moeten hier bedachtzaam op zijn.
Heeft u te maken met een geschil over schending van garanties of bestuurdersaansprakelijkheid bij een bedrijfsovername? Wij kijken graag met u mee naar de mogelijkheden, of u nu koper, verkoper of bestuurder bent.