Bestuurdersaansprakelijkheid bij betalingsonwil: wanneer is een bestuurder privé aansprakelijk?

29-04-'26

Een bestuurder kan persoonlijk aansprakelijk zijn als hij ervoor zorgt, of toelaat, dat een vennootschap een schuld niet betaalt, terwijl hij ernstig rekening moet houden met de kans dat die schuld binnenkort daadwerkelijk moet worden voldaan. Dat geldt niet alleen bij duidelijke leegloopconstructies, maar ook wanneer een bestuurder bijvoorbeeld een kredietfaciliteit laat aflopen die juist bedoeld was om de schuldeiser te betalen. Een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden illustreert dit duidelijk (ECLI:NL:GHARL:2024:7476).  

Wat speelde er in deze zaak? 

Een vennootschap had een energiesysteem afgenomen, maar liet de slotfactuur onbetaald. De schuldeiser startte een procedure. In een tussenvonnis oordeelde de rechtbank al dat de vennootschap de vordering moest betalen, behalve voor zover haar beroep op verrekening zou slagen. Na dat tussenvonnis gebeurde iets belangrijks. De vennootschap beëindigde een bestaande kredietfaciliteit, of liet deze in elk geval aflopen. Die kredietfaciliteit was juist mede bedoeld om het energiesysteem te betalen. Vervolgens werd een nieuwe financiering aangetrokken bij een andere bank, maar die kon niet worden gebruikt voor betaling van de openstaande vordering. Bovendien werden de belangrijkste activa van de vennootschap met hypotheek bezwaard. Toen de rechtbank later in het eindvonnis het beroep op verrekening afwees, bleek de vennootschap geen verhaal meer te bieden. De schuldeiser kon dus niet betaald krijgen, ondanks het vonnis. In het hoger beroep ging het Hof in op de vraag of de bestuurder van de schuldenaar aansprakelijk mag worden gehouden.   

Wanneer leidt betalingsonwil tot bestuurdersaansprakelijkheid? 

Een vennootschap is in beginsel zelf aansprakelijk voor haar schulden. Een bestuurder is niet automatisch privé aansprakelijk wanneer de vennootschap niet betaalt. Dat verandert wanneer de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als de bestuurder: 

  • weet of ernstig rekening moet houden met een betalingsverplichting; 
  • financiële middelen laat verdwijnen of niet beschikbaar houdt; 
  • bestaande verhaalsmogelijkheden voor de schuldeiser frustreert; 
  • nalaat een redelijke alternatieve financiering of verhaalsmogelijkheid te regelen; 
  • de vennootschap zo inricht dat de schuldeiser uiteindelijk met lege handen staat. 

In deze zaak vond het Gerechtshof dat de bestuurder vanaf het tussenvonnis ernstig rekening moest houden met de mogelijkheid dat de volledige slotfactuur moest worden betaald. Juist daarom had de bestuurder ervoor moeten zorgen dat de kredietfaciliteit beschikbaar bleef, of dat een alternatief werd geregeld waarmee de vordering alsnog kon worden voldaan. 

Ook passieve houding van bestuurders kan riskant zijn 

Opvallend aan deze uitspraak is dat de bestuurder niet alleen wordt aangesproken op actief handelen, zoals het wegsluizen van vermogen. Het verwijt zit ook in wat de bestuurder heeft nagelaten. De kredietfaciliteit liep af of werd beëindigd. De bestuurder heeft onvoldoende gedaan om ervoor te zorgen dat die financiering beschikbaar bleef voor betaling van de schuldeiser. Ook dat kan verhaalsfrustratie opleveren. 

Voor bestuurders is dit een belangrijk aandachtspunt. Verhaalsfrustratie hoeft niet altijd te bestaan uit een zichtbare leegloopconstructie. Ook het laten verlopen van relevante financiering, het vervangen van een bruikbare kredietfaciliteit door een onbruikbare faciliteit, of het bezwaren van belangrijke activa kan onder omstandigheden tot persoonlijke aansprakelijkheid leiden. 

Wat betekent dit voor bestuurders? 

Bestuurders moeten rekening houden met de belangen van schuldeisers zodra duidelijk wordt dat een vordering waarschijnlijk moet worden betaald. Een bestuurder die vervolgens een relevante kredietfaciliteit laat aflopen, activa bezwaart of geen alternatief organiseert om betaling mogelijk te maken, loopt het risico persoonlijk aansprakelijk te worden gesteld. 

De belangrijkste les is praktisch: als betaling waarschijnlijk wordt, mag het bestuur niet passief toekijken hoe de vennootschap haar verhaalsmogelijkheden verliest. Zorg dat financiering beschikbaar blijft, onderzoek alternatieven en leg zorgvuldig vast waarom bepaalde keuzes worden gemaakt.